Phytomyza marginella Fallén, 1823

Phytomyza marginella: vacated mine on Hieracium unbellatum

Hieracium umbellatum, België, prov. West-Vlaanderen, De Panne, Westhoek, 30.vi.2018 © Stéphane Claerebout

Phytomyza marginella: vacated mine on Hieracium unbellatum

onderzijde

Phytomyza marginella: vacated mine on Hieracium unbellatum

in doorzicht is alleen het latere, diepe deel van de mijn zichtbaar

8306_us

Lapsana communis, Nieuwendam: bovenzijde

8306_ls

onderzijde

mijn

Gangmijn. Het eerste deel bestaat uit een zeer lange en smalle onderzijdige gang; deze gang is zeer ondiep en daardoor vaak onopvallend. Het tweede, bovenzijdige deel is gewoonlijk veel korter, en wordt plotseling snel breder. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Calendula officinalis; Crepis biennis, paludosa; Hieracium lachenalii subsp. cruentifolium, laevigatum, murorum, sabaudum, umbellatum; Hypochaeris radicata; Jacobaea aquatica; Lactuca alpina, muralis; Lapsana communis; Leontodon hispidus; Picris; Prenanthes purpurea; Reichardia; Scorzoneroides autumnalis; Sonchus asper, oleraceus, palustris; Taraxacum officinale.

fenologie

Larven van juni tot october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & Verdyck, 1993a).

NE waargenomen (de Meijere, 1926a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

[:nl

verspreiding binnen Europa

Geheel west Europe, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland en misschien Griekenland (Fauna Europaea, 2008).

larve

Beschreven door de Meijere (1926a, als lampsanae; 1937a, als sonchi) en Griffiths (1977a). De larve heeft een frontaal aanhangsel; achterspiraculum met 22-30 papillen.

synoniemen

Phytomyza sonchi Robineau-Desvoidy, 1851; Ph. lampsanae Hering, 1925; Ph. insperata Hendel, 1927; Ph. hieracina Hering, 1932; Ph. mulgedii Hering, 1932; Ph. prenanthidis Hering, 1932; Ph. sonchina Hering, 1934; Ph. cicerbitae Hering, 1936.

literatuur

Ahr (1966a), Beiger (1960a, 1965a, 1970a, 1978a, 1979a), Beuk (2002a), Bland (1992b), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a, 2007a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a), Drăghia (1967a, 1968a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Griffiths (1977a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1925a, 1926b, 1931f, 1934a, 1955b, 1957a, 1963a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Manning (1956a), de Meijere (1926a, 1937a, 1939a), Michalska (1970a, 1976a), Michna (1975a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1986a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), Robbins (1991a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Skala (1951a), Skala & Zavřel (1945a), Seidel (1957a), Sønderup (1949a), Spencer (1953a, 1972a, 1976a), Starke (1942a), Starý (1930a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a).

mod 11.vii.2019