Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza mylini

Phytomyza mylini Hering, 1954

mijn

De mijn begint als een smal gangetje langs de bladrand. Dit gaat over in een bovenzijdige blaasmijn, bijna altijd met een of enkele langgerekte voldiepe stukjes. Frass onregelmatig, korrels dicht opeen, soms gedeeltelijk in parelsnoertjes. Verpopping buiten de mijn. Beiger (1960a) geeft aan afbeelding.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Carum; Daucus carota; Ligusticum lucidum; Selinum carvifolia.

Hering (1957a) noemt ook Seseli libanotis als mogelijke waardplant; dit berust op een onzekere waarneming onder niet geheel natuurlijke omstandigheden (botanische tuin), maar Beiger (1960a) noemt de soort van een andere Seseli, S. montanum. Recentelijk ook gekweekt uit Cicuta virosa (Pakalniškis, 2000a).

fenologie

Larven in mei-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Polen en Litouwen (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

larve

literatuur

Beiger (1960a, 1965a), Černý, Vála & Barták (2001a), Dreger & Myssura (2005a), Henshaw & Howse (1989a), Hering (1954a, 1955b, 1957a), Maček (1999a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1995a, 2000a), Spencer (1971a), von Tschirnhaus (1999a).

20/10/2014

Laatste bewerking 25.vii.2017