Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza myosotica

Phytomyza myosotica Nowakowski, 1959

mijn

Vrij kleine bovenzijdige secundaire blaasmijn in de bladspits, die begint met een korte, later meestal geheel overlopen, begingang. Vraatlijnen niet te zien. De mijn wordt besloten door een onderzijdige gang die meestal langs een nerf loopt, en die geen frass bevat. Op het einde wordt een boogsnede gemaakt; de larve verpopt zich meestal in de mijn, het puparium ligt onmiddellijk voor de boogsnede.

waardplanten

Boraginaceae, oligofaag

Myosotis alpestris, arvensis, decumbens, scorpioides, sylvatica.

Door Maček (1999a) ook vermeld van Symphytum tuberosum.

fenologie

Larven gevonden in augustus (Nowakowski, 1959a); Robbins (1991a) schrijft van een zomer- en een najaarsgeneratie.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

van Engeland tot Litouwen, Polen en Tsjechië (Fauna Europaea, 2008); ook Slovenië (Maček, 1999a).

larve

Voorspiraculum met 15-18, achterspiraculum met 15-19 papillen; achterspiraculum gegaffeld (Nowakowski, 1959a; Beiger, 1975a; Griffiths, 1975a).

literatuur

Beiger (1960a, 1970a, 1975a), Černý & Vála (1996a), Dreger & Myssura (2005a), Griffiths (1962a, 1975a), Hering (1963a), Maček (1999a), Nowakowski (1959a), Pakalniškis (1986a), Robbins (1991a), Spencer (1972a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 11.xii.2017