Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza phellandrii

Phytomyza phellandrii Hering 1955

mijn

De mijn begint als onderzijdig gangmijntje in het centrum van een bladslip, wordt dan bovenzijdig en vult tenslotte de hele bladslip. In de begingang weinig, onregelmatig liggende frasskorrels, vaak groen vervloeiend. In het bovenzijdige deel van de mijn ligt de frass in langgerekte groepen van, soms samenhangende, korrels. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Oenanthe aquatica.

fenologie

Larven gevonden in september, maar mogelijk is er nog een eerdere generatie (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Duitsland en Polen (Fauna Europaea, 2008).

larve

opmerkingen

Het jaar van publicatie is 1955, niet 1957, als vermeld door von Tschirnhaus (1999a) en de Fauna Europaea (2008).

De larve wordt eveneens beschreven door Beri (1971e), maar op basis van materiaal afkomstig van een Asteraceae.

literatuur

Beri (1971e), Hering (1955a, 1957a), von Tschirnhaus (1999a).

21/12/2011

Laatste bewerking 25.vii.2017