Phytomyza pulsatillicola Hering, 1962

mijn

Zwartige, primaire blaasmijn die zich vanaf de top van een bladslip naar het centrum uitbreidt. De meeste frass bevindt ich in het oudste deel van de mijn. Frass in losse korrels.

waardplanten

Ranunculaceae, monofaag

Pulsatilla patens, pratensis, vulgaris.

fenologie

Larve gevonden midden juni.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Duitsland, Litouwen (Fauna Europaea, 2009).

larve

De rechter mandibel is opvallend veel langer dan de linker. Achterspiraculum et 16-17 papillen.

opmerkingen

De soortsnaam is in de Fauna Europaea verkeerd gespeld: “pulsatilicolla

literatuur

Hering (1962a), Pakalniškis (2004a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 13.vii.2018