Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza rufipes

Phytomyza rufipes Meigen, 1830

koolmineervlieg

mijn

De mijn begint ergens op het blad, meestal onderzijdig en niet ver van de bladrand. Vandaar loopt een gangetje in een willekeurige richting, totdat de larve een nerf tegenkomt. De gang volgt vervolgens deze nerf in de richting van de hoofdnerf. De larve boort zich dan in de hoofdnerf, kan vandaar in de bladsteel of zelfs de stengel afdalen. De verpopping kan zowel in als buiten de mijn plaatsvinden (Hering, 1957a).

waardplanten

Brassiceae, oligofaag

Alliaria petiolata; Armoracia rusticana; Brassica napus, oleracea; Conringia; Diplotaxis; Moricandia; Myagrum perfoliatum; Peltaria; Raphanus; Rorippa; Sinapis arvensis; Sisymbrium.

Kan op gekweekte kool een ernstige plaag vormen (Darvas, Skuhravá & Andersen, 2000a; Dempewolf, 2004a; Spencer, 1973b, 1976a).

fenologie

Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs, De Bruyn & Verdyck, 1993a).

NE waargenomen (de Meijere (1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Geheel West-Europa (Fauna Europaea, 2008).

larve

Achterspiraculum met 25-30 papillen (de Meijere, 1926a; Spencer, 1973b).

puparium

Gelig (Spencer, 1973b).

synoniemen

Phytomyza sulphuripes Meigen, 1830; Ph. ruficornis Zetterstedt, 1848; Ph. brassicae Hardy, 1853; Ph. femoralis Brischke, 1871; Ph. genislatissimus Strobl, 1893; Ph. bistrigata Strobl, 1906.

literatuur

Andersen (2013a), Andersen & Jonassen (1994a), Beiger (1989a), Benavent, Martínez, Moreno & Jiménez (2004a), Beuk (2002a), Buhr (1932a), Černý, Andrade, Gonçalves & von Tschirnhaus (2018a), Černý, Barták & Vaněk (2009a), Černý & Merz (2007a), Černý & Vála (1999a, Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Dempewolf (2004a), Drăghia (1974a), Dreger & Myssura (2005a), Gil Ortiz (2009a), Günthart (1949a), Hering (1955b, 1957a), Kabos (1971a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a), Pakalniškis (1990a), Robbins (1991a), Scheffer & Winkler (2008a), Scheirs, De Bruyn & von Tschirnhaus (1996a), Scheirs, De Bruyn & Verdyck (1993a), Spencer (1966a, 1972a,b, 1973b, 1976a), Starke (1942a), Süss (1982a, 1999a), Surányi (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Vála & Rohacek, 1983a.

Laatste bewerking 2.i.2019