Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza rydeni

Phytomyza rydeni Hering, 1934

Phytomyza rydeni mine

Ranunculus acris, Braakman

mijn

Mijn een bruine primaire blaasmijn die een hele bladslip inneemt. Frass verspreid. Primaire en secundaire vraatlijnen duidelijk. De larve verpopt zich in de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, monofaag

Ranunculus acris.

fenologie

Larven in juli-augustus (Hering, 1957a); zelf vond ik larven in midden-october.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE in 2004 gevonden in een vochtig loofbos in de Braakman, Zeeuws-Vlaanderen.

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot Duitsland, en van Engeland tot Polen en de Baltische Staten (Fauna Europaea, 2008).

larve

synoniemen

Napomyza rydeni; Phytomyza aconitophila var. bohemanni Rydén, 1951; Ph. bohemanni Rydén.

opmerkingen

von Tschirnhaus (1999a) beschouwt Ph. salviae (Hering, 1924) als synoniem met rydeni, in welk geval salviae de geldige naam zou zijn. Dit lijkt onhoudbaar: de waardplanten (resp. Salvia en Ballota) staan taxonomisch ver verwijderd van die van rydeni, en de mijnen verschillen hemelsbreed. von Tschirnhaus’ standpunt wordt ook niet gedeeld door de Fauna Europaea (2008).

literatuur

Andersen (2013a), Andersen & Jonassen (1994a), Hering (1934a, 1957a), de Meijere (1937a), Pakalniškis (1994a, 2004a), Sønderup (1949a), Spencer (1971a, 1972a, 1976a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 10.iii.2018