Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza socia

Phytomyza socia Brischke, 1880

mijn

Bovenzijdige primaire blaasmijn met duidelijke primaire vraatlijnen. Vaak verscheidene larven in een mijn. Meeste frass in en centrale donkere vlek. Verpopping buiten de mijn.

waardplanten

Ranunculaceae, oligofaag

Hepatica nobilis, transsylvanica; Pulsatilla patens, pratensis.

fenologie

Larven van juli tot october, in twee generaties (Nowakowski, 1958a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

van Zweden tot Italië, en van Duitsland tot Polen en Litouwen (Fauna Europaea, 2009).

larve

Mandibel twee-tandig, alternerend. Voorspiraculum met 6, achterspiraculum met 11-14 papillen (de Meijere, 1937a, 1950a; Nowakowski, 1958a).

Phytpmyza socia: post. spiraculum

achterspiraculum (uit Nowakowski, 1962b)

puparium

Bruin, met groenige tinten (Nowakowski, 1958a).

synoniemen

Phytomyza abdominalis f. socia; Ph. campanariae Nowakowski, 1958.

opmerkingen

De boogsnede is volgens Nowakowski (1958a) gewoonlijk in de onderepidermis, maar volgens Pakalniškis (2004a) juist in de bovenepidermis.

literatuur

Černý (2007a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Dreger & Myssura (2005a), Hering (1925b, 1957a), de Meijere (1937a, 1950a), Nowakowski (1958a, 1982b), Pakalniškis (1994a, 2004a), Spencer (1976a), Süss (1982a), von Tschirnhaus (1999a).

Laatste bewerking 9.i.2019