Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytomyza solidaginis

Phytomyza solidaginis Hendel, 1920

Diptera, Agromyzidae

Phytomyza solidaginis mine

Solidago virgaurea, België, prov. Luxemburg, Montauban: geparasiteerde mijn

mijn

Bovenzijdige gangmijn, 6-9 cm lang, waarvan de windingen tamelijk dicht opeen liggen, zodat gemakkelijk een secundaire blaasmijn kan ontstaan. Frass opvallend, in min of meer samenhangende reeksen aan weerszijden van de gang. De larve verlaat de mijn voor de verpopping via een boogvormige snede in de (meestal boven-)epidermis. Volgens Hering kleuren verdroogde mijnen geelbruin tot roodpaars.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Solidago virgaurea.

fenologie

Larven in juni-augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (De Bruyn & von Tschirnhaus, 1991a).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2008).

larve

Beschreven door de Meijere (1926a, 1928a, 1938a); zie ook Griffiths (1976c).

synoniemen

Phytomyza hendeli Bryk, 1929, nec Hering, 1926.

literatuur

Beiger (1955a), De Bruyn & von Tschirnhaus (1991a), Černý & Merz (2007a), Drăghia (1971a), Dreger & Myssura (2005a), Griffiths (1976c), Hering (1936b, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), de Meijere (1926a, 1928a, 1938a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a, 2003a), Michna (1975a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1982b, 1990a), Sasakawa (2005a), Skala & Zavřel (1945a), Spencer (1954b, 1972a, 1976a), Stammer (2016a), Starke (1942a), Starý (1930a), von Tschirnhaus (1999a).

31/03/2017

Laatste bewerking 28.vi.2017