Phytomyza thysselinivora Hering, 1924

Phytomyza thysselinivora: mine on Peucedanum palustre

Peucedanum palustre, België, prov. Limburg, Genk, de Maten © Jonas Mortelmans

Phytomyza thysselinivora mine

Peucedanum palustre, Ackerdijkse Plassen

mijn

Bovenzijdige mijn, die meestal begint halverwege een bladslip. Gangmijn, maar door de beperkte ruimte vaak snel een secundaire blaasmijn. Frass in het oudste deel van de mijn in parelsnoertjes. Verpopping buiten de mijn, boogsnede bovenzijdig. Voedingsprikjes en ovipositie-litteken onderzijdig.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Peucedanum palustre.

fenologie

Larven van mei tot september (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Mortelmans ea, 2014a).

NE waargenomen (Elis: Kortenhoef, Ackerdijkse Plassen, Voltherbroek).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Duitsland tot de Baltische Staten en Polen; ook Thracië (Fauna Europaea, 2008).

larve

literatuur

Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Hering (1924a, 1957a), Huber (1969a), Maček (1999a), Mortelmans, Boeraeve, Tamsyn, Proesmans & Dekeukeleire (2014a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

mod 7.ix.2017