Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Chirosia albitarsis

Chirosia albitarsis (Zetterstedt, 1845)

varenvlieg

op Pteridium

mijn

Het ei wordt gewoonlijk afgezet op een van de onderste bladveren. De larve boort zich in een nerf in, en daalt vandaar of tot diep in de bladsteel. Vaak verscheidene larven in een blad. Gemineerde bladeren zijn te herkennen doordat de bladschijf in de groei sterk achtergebleven is, en vaak grotendeels opgerold blijft. Puparium in de mijn of in de grond. Zie Brown & McGavin (1982a) voor details van de biologie.

waardplanten

Dennstaedtiaceae, monofaag

Pteridium aquilinum.

fenologie

Larven in mei-Juni (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE waargenomen (Beuk, Prijs & de Jong, 2002a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinaviƫ tot het Iberisch Schiereiland, Italiƫ en Griekenland, en van Engeland tot Polen en Roemeniƫ (Fauna Europaea, 2007).

larve

Te onderscheiden van de larve van Ch. crassiseta doordat het bovenste van de twee achterwaartse uitsteeksels van het kopskelet gegaffeld is (Hering, 1957a).

Chirosia albitarsis: larva

larve (uit de Meijere, 1947a)

Chirosia albitarsis: larva, cephalic skeleton

kopskelet

literatuur

Beuk, Prijs & de Jong (2002a), Brown & McGavin (1982a), Hering (1957a), de Meijere (1947a), Robbins (1991a), Roskam (2009a), Spooner & Bowdrey (2012a).

Laatste bewerking 7.iii.2019