Chirosia grossicauda Strobl, 1899

brede bloemvlieg

op Pteridium

Chirosia grossicauda: gall on Pteridium aquilinum

Pteridium aquilinum, België, prov. Namen, Viroinval © Stéphane Claerebout

Chirosia grossicauda: gall on Pteridium aquilinum

Pteridium aquilinum, Maarn

Chirosia grossicauda: gall on Pteridium aquilinum

Pteridium aquilinum, Duitsland, Harz, Wildemann © Hans Jonkman

mijn

De larve mineert in de onderzijde van de top van hoofdas van het varenblad; hierdoor treedt een groeistoring op, te gevolge waarvan de bladtop naar beneden inrolt. Larve meestal solitair. Verpopping in de rol (Brown & McGavin, 1982a; Hering 1957a).

waardplanten

Dennstaedtiaceae, monofaag (?)

Pteridium aquilinum.

Ook andere waardplanten worden genoemd: Asplenium (Hering, 1957a) en Dryopteris (Sønderup, 1949a; Kolomoec ea, 1989a), maar dat dient nader te worden bevestigd.

fenologie

Mijnen gevonden van augustus tot october; tamelijk zeldzaam. Overwintering als puparium, dat op de grond gevallen is (Brown & McGavin, 1982a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries & Ackland, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1911a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007a).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland, de Alpen en Servië, en van Ierland tor Polen; ook in delen van Europees Rusland (Fauna Europaea, 2007a).

larve

synoniemen

Chirosia parvicornis: auct, incl. de Meijere (1911a) en Hering (1957a).

literatuur

Béguinot (2006a,b, 2007b), Brown & McGavin, (1982a), Buhr (1964a), Chinery (2011a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gosseries & Ackland (1991a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kolomoec ao (1989a), Lambinon, Carbonnelle & Claerebout (2015a), de Meijere (1911a), Neascu & Poroseanu (1990a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Roskam (2009a), Sønderup (1949a), Spooner & Bowdrey (2012a), Zoerner (1969a).

04/07/2016

mod 14.x.2017