Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Delia brunnescens

Delia brunnescens (Zetterstedt, 1845)

mijn

Aanvankelijk smalle, later steeds breder wordende voldiepe onregelmatige en zichzelf regelmatig oversnijdende gangen vanuit de bladbasis. De larve verhuist via de bladsteel en stengel van het ene blad naar het ander. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

waardplanten

Caryophyllaceae, oligofaag

Dianthus barbatus, chinensis, caryophyllus; Silene, flos-cuculi, vulgaris.

fenologie

Larven van september-april (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries & Ackland, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot het Iberisch Schiereiland en Italië, en van Frankrijk tot Letland; ook Griekenland (Fauna Europaea, 2007).

synoniemen

Phorbia, Hylemia, Chortophila brunnescens. Volgens Chandler (1998a) is brunnescens synoniem met Delia cardui (Meigen, 1826), en zou dat laatste de geldige naam zijn, maar de meeste moderne auteurs delen deze mening niet. Of, en hoe, de biologie van beide soorten verschilt is niet duidelijk.

literatuur

Beuk, Prijs & de Jong (2002a), Buhr (1933a), Chandler (1998a), Gosseries & Ackland (1991a), Hering (1920a, 1921a, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1975a), Maček (1999a), de Meijere (1939a), Séguy (1950a), Starý (1930a), Teschner (1999a).

Laatste bewerking 20.ix.2017