Pegomya betae (Curtis, 1847)

bietenvlieg

Pegomya betae: mine on Beta vulgaris

Beta vulgaris, Hongarije, Kimle © László Érsek

Pegomya betae: opened mine

geopende mijn

Pegomya betae: larvae

larven

Pegomya betae

Atriplex cf. prostrata, Schotland, Orkney @ Derek Mayes

Pegomya betae

larve

Pegomya betae

puparium (laat stadium)

mijn

Blaasmijnen die meestal het hele blad bestrijken, veelal met verscheidene larven. Veel, vaak half vervloeide, zwartgroene frass. Larven poot- en koploze maden. Bij het begin van de mijn een onderzijdig groepje van ca. 5 lege, ovale eischaaltjes met de lange zijden tegen elkaar. De larven kunnen echter de mijn verlaten en elders herbeginnen, zodat mijnen zonder eischaaltjes veel voorkomen. Verpopping buiten de mijn. De larven mineren niet in de stengel van de plant, en mijnen zijn ook niet geheel voldiep (cf. Delia soorten).

waardplanten

Amaranthaceae, oligofaag

Atriplex patula; Beta vulgaris & subsp. maritima; Chenopodium, album, bonus-henricus, hybridum; Spinacia oleracea.

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (Beuk, Prijs & de Jong, 2002a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en noordelijk Rusland tot Duitsland en Hongarije, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

ei

De eischaal heeft een netwerk van richeltjes, die een strak verloop hebben en tamelijk fijn zijn (d’Aguilar & Missonier, 1957a, 1962a).

larve

De mandibels hebben een aantal tanden van variërende grootte; de hoek tussen de laatste en de voorlaatste tand is bijna recht, niet scherp als bij P. hyoscyami (d’Aguilar & Missonier, 1957a, 1962a). Dušek (1970a) schrijft daarentegen dat hij in ei, larve of puparium geen verschillen kon vinden met hyoscyami.

Peg hyos betae

mandibels van P. hyoscyami (boven) en P. betae (onder), volgens d’Aguilar & Missonier, 1962)

synoniemen

Pegomya hyoscyami var. betae; P. vicina Lintner, 1883. Ook Pegomya betae atriplicis in de zin van Hering (1957a) en andere auteurs is wel zeker een synoniem van betae. De typen van P. atriplicis Goureau, 1851, en P. atriplicia (Robineau-Desvoidy, 1851), beide gekweekt uit hetzelfde materiaal van Atriplex hortensis zijn verloren gegaan en interpretatie is niet mogelijk (Michelsen, 1980a).

opmerkingen

Over de systematiek van de Pegomya’s op Amaranthaceae en Solanaceae heeft grote verwarring bestaan. Die is grotendeels opgehelderd door de revisie van Michelsen (1980a), maar opgaven uit de oudere literatuur zijn in het algemeen niet betrouwbaar.

Hoewel de Fauna Europaea aangeeft dat de soort in Duitsland voor zou komen, wordt bij niet genoemd in de checklist van Duitse anthomyiiden door Teschner (1999a).

literatuur

d’Aguilar & Missonier (1957a, 1962a), Ahr (1966a), Amsel & Hering (1933a, Beiger (1960a), Beuk, Prijs & de Jong (2002a), Buhr (1933a), Chandler (1998a), Darvas, Skuhravá & Andersen (2000a), Drăghia (1968a, 1972a), Dušek (1970a), Eiseman (2018a), Hering (1936b, 1957a, 1960a), Maček (1999a), de Meijere (1939a), Michelsen (1980a), Miles (1953a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Skuhravy ao (1967a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Suwa (1970a), Ureche (2010a).

mod 16.viii.2019