Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Pegomya flavifrons

Pegomya flavifrons (Walker, 1849)

Pegomya flavifrons on Stellaria media

Stellaria media, Nieuwendam

Pegomya flavifrons on Cerastium glomeratum

Cerastium glomeratum, Nieuwendam

Pegomya flavifrons: mine on Silene dioica

Silene dioica, Winterswijk

Pegomya flavifrons: mine on Silene vulgaris

Silene vulgaris subsp. vulgaris, België, prov. Luik, Angleur; © Jean-Yves Baugnée

Pegomya flavifrons: mine on Stellaria holostea

Stellaria holostea, Bunderbos: larve in de mijn

Pegomya flavifrons: start of mine

Stellaria holostea, Beuningen: begin van de mijn, met ei

mijn

Aan bladonderzijde per mijn een, zelden twee, langgerekt eischaaltjes. Niet zelden een aantal jonge mijnen, en dus eieren, per blad. De mijn begint met een kronkelende gang die snel overgaat in een grote blaasmijn. Deze is grotendeels voldiep, alleen pleksgewijs nog bovenzijdig en daar in doorzicht groenig. Frass volgens de literatuur rijkelijk aanwezig in verspreide klompen; naar mijn ervaring echter kan de larve, die er dan zeer donker uitziet, alle frass lijken op te sparen. De larve kan een mijn verlaten en in een ander blad opnieuw beginnen; deze secundaire mijnen zijn te herkennen aan het grote gat waar de larve is binnengedrongen. De larve verlaat voor de verpopping de mijn.

waardplanten

Caryophyllaceae, oligofaag

Cerastium fontanum subsp. triviale; Gypsophila repens; Moehringia trinervia; Myosoton aquaticum; Silene alba, coronaria, dioica, flos-cuculi, italica, noctiflora, vulgaris; Stellaria holostea, media, nemorum, sessiliflora.

Door Hering (1932h, 1957a) ook gevonden op Celosia cristata (Amaranthaceae).

fenologie

Larven in mei-juni en augustus-september (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries & Ackland, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX waargenomen (Ellis: Kautenbach).

verspreiding binnen Europa

Vrijwel heel Europa, met mogelijke uitzondering van Ierland (Fauna Europaea, 2008).

ei

larve

puparium

Pegomya flavifrons: puparium

puparium (uit Dušek)

synoniemen

Pegomya albimargo (Pandellé, 1901); P. villeneuviana (Hendel, 1925), P. moehringiae Hennig, 1957.

opmerkingen

De mijnen zijn niet altijd goed te onderscheiden van die van Scaptomyza graminum (behalve als er nog eischaaltjes te zien zijn), maar de larven verschillen sterk van elkaar.

Omdat de bladeren schoon leeg worden gegeten en vervolgens verdorren en afvallen lijken de mijnen waarschijnlijk zeldzamer dan ze werkelijk zijn.

literatuur

Beiger (1965a, 1970a), Beuk, Prijs & de Jong (2002a), Buhr (1941b, 1964a), Dušek (1970a), Eiseman (2018a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Gosseries & Ackland, (1991a), Haase (1942a), Hering (1924b, 1925a, 1932h, 1957a, 1961a, 1967a), Huber (1969a), Kabos (1975a), Maček (1999a), de Meijere (1939a), Michna (1975a), Niblett (1956a), Robbins (1991a), Séguy (1950a), Seidel (1957a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Surányi (1942a), Suwa (1974a), Zoerner (1969a, 1970a).

Laatste bewerking 3.iii.2019