Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Pegomya vanduzeei

Pegomya vanduzeei (Malloch, 1919)

op Persicaria, Rumex

mijn

Aan het begin van de mijn een groepje langgerekte eischaaltjes. Grote bovenzijdige blaasmijn met opvallende groene primaire en secundaire vraatsporen. Verschillende larven samen in een mijn. Frass onregelmatig verspreid. De larve verlaat de mijn voor de verpopping.

waardplanten

Polygonaceae, oligofaag

Persicaria; Rumex crispus, maritimus.

Door Hering, en vermoedelijk in navolging van hem door latere auteurs, ten onrechte vermeld van Heracleum sphondylium.

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries & Ackland, 1991a, als versicolor).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië tot de Pyreneeën en de Alpen, en van Engeland tot Polen (Fauna Europaea, 2008).

larve

Mandibel met twee grote en nog een aantal kleinere tandjes; achterspiraculum met drie papillen.

puparium

Roodbruin.

synoniemen

Pegomya versicolor autorum nec (Meigen, 1826); P. katmaiensis Huckett, 1965; P. polygonorum Huckett, 1971.

literatuur

Eiseman (2018a), Gosseries & Ackland (1991a). Griffiths (1983a), Hering (1957a), Huckett (1971a), Maček (1999a), Robbins (1991a), Teschner (1999a).

Laatste bewerking 8.iii.2019