Oscinella frit (Linnaeus, 1758)

fritvlieg

op grassen

gal

Stengelboorder; de aangetaste delen zwellen enigzins op. Een of meer larven bijeen, beenkleurig, tot 4 mm grote maden. Verpopping in de gal; overwintring in een ondergrondse uitloper.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agrostis capillaris, stolonifera; Alopecurus myosuroides, pratensis; Anisantha sterilis; Anthoxanthum odoratum; Arrhenatherum elatius; Avena fatua, sativa; Deschampsia cespitosa; Elytrigia repens; Festuca rubra; Holcus; Hordeum murinum; Lolium multiflorum, perenne; Ochlopoa annua; Poa pratensis, trivialis; Schedonorus arundinaceus, pratensis; Secale cereale; Trisetum flavescens; Triticum; Zea mays.

synoniemen

Oscinis frit.

opmerkingen

Er zijn meer Oscinella-soorten, met een vergelijkbare levenswijze. Voor een zekere determinatie is opkweken noodzakelijk.

literatuur

Buhr (1964b, 1965a), Houard (1908a), Nartshuk & Andersson (2012a), Roskam (2009a, 2019a), Spooner & Bowdrey (2012a).

mod 13.x.2019