Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Oscinella frit

Oscinella frit (Linnaeus, 1758)

fritvlieg

op grassen

gal

Stengelboorder; de aangetaste delen zwellen enigszins op. Een of meer larven bijeen, beenkleurig, tot 4 mm grote maden. Verpopping in de gal; overwintring in een ondergrondse uitloper.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agropyron cristatum; Agrostis capillaris, stolonifera; Alopecurus myosuroides, pratensis; Anisantha sterilis; Anthoxanthum odoratum; Arrhenatherum elatius; Avena fatua, sativa; Deschampsia cespitosa; Elytrigia repens; Festuca rubra; Holcus; Hordeum murinum; Lolium multiflorum, perenne; Ochlopoa annua; Poa pratensis, trivialis; Schedonorus arundinaceus, pratensis; Secale cereale, sylvestre; Trisetum flavescens; Triticum turgidum subsp. durum; Zea mays.

synoniemen

Oscinis frit.

parasitoïden, predatoren

Callitula bicolor; ? Cyrtogaster vulgaris; Mesopolobus laticornis, prasinus; Neochrysocharis aratus; Pachyneuron muscarum; Spalangia fuscipes.

opmerkingen

Er zijn meer Oscinella-soorten, met een vergelijkbare levenswijze. Voor een zekere determinatie is opkweken noodzakelijk.

literatuur

Askew, Blasco-Zumeta & Pujade-Villar (2001a), Brunberg Nielsen (1994a), Brunberg Nielsen & Overgaard Nielsen (1984a), Buhr (1964b, 1965a), Houard (1908a), Ismay (0000a), Nartshuk (2009a, 2011b), Nartshuk & Andersson (2012a), Nartshuk, Khruleva & Barkalov (2014a), Nartshuk & Pakalniškis (2004a), Nartshuk & Panteleeva (2017a), Nartshuk, Polevoi & Przhiboro (2020a), Roskam (2009a, 2019a), Spooner & Bowdrey (2012a), Wetzel, Skuhravý, Camprag, ao (1984a), Wiśniowski & Jirak-Leszczyńska (2021a).

Laatste bewerking 4.vii.2022