Scaptomyza flava (Fallén, 1823)

op kruiden

Scaptomyza flava: mine on Diplotaxis tenuifolia

Diplotaxis tenuifolia, België, prov. Luxemburg, Harsin © Jean-Yves Baugnée

Scaptomyza flava mine

Brassica rapa, Amsterdam

Scaptomyza flava mine

zelfde mijn in doorzicht (detail)

Scaptomyza flava mine

frasspatroon

Scaptomyza flava mine

Pisum sativum, Castricum

Scaptomyza flava mine

mijnen overlappen elkaar, wat in doorzicht tot en grillig patroon leidt

Scaptomyza flava mines

Pisum sativum, Reusel: in een groot erwten-perceel was bijna elk blad aangetast

Scaptomyza flava mine

In tuinen is de soort zeer gewoon op Tropaeolum majus; Berkel-Enschot © Paul van Wielink

mijn

Ovipositie in het bladweefsel, aan de onderzijde (het wijfje heeft een legboor). De mijn begint met een lange, soms zeer lange, slanke gang, die meestal grotendeels wordt overlopen door de latere ontwikkeling. Gewoonlijk loopt deze gang in de richting van de hoofdnerf, vaak langs een dikke zijnerf. Het volgende deel van de mijn is een grote, onregelmatig blaas boven het basale deel van de hoofdnerf; plaatselijk worden ook grote stukken weefsel van de hoofdnerf weggevreten. Vanuit deze blaas worden uitlopers gemaakt in het blad, meestal bovenzijdig, minder vaak onderzijdig of zelfs plaatselijk voldiep. Bij smalle bladeren, zoals van Diplotaxis, neemt de mijn de hele bladbreedte in. Vaak verscheidene larven in één mijn. Frass zwartgroen, poederfijn, in wolken, langs de gangwand, later in de periferie van de mijn of aan het eind van korte brede uitlopers van de blaas, soms schijnbaar afwezig. (De frass is vaak pas te zien na het openen van de mijn.) Puparium meestal in de grond, zelden in het blad, in een apart mijntje zonder frass. Hendel (1928a) beschrijft de biologie, de larve en het puparium.

waardplanten

nauw polyfaag, sterke voorkeur voor Brassicceae

Aethionema; Alliaria petiolata; Alyssum; Anastatica hierochuntia; Anthyllis vulneraria; Arabidopsis arenosa, thalaiana; Arabis alpina, glabra, hirsuta; Armoracia rusticana; Aubrieta deltoidea; Barbarea stricta, vulgaris; Berteroa incana; Biscutella; Brassica napus, nigra, oleraca, rapa; Braya; Bunias erucago, orientalis; Cakile maritima; Calepina irregularis; Camelina; Capsella bursa-pastoris, rubella; Cardamine amara, bulbifera, enneaphyllos, glanduligera, hirsuta, impatiens; Cardaria draba; Cleome dodecandra, spinosa; Cochlearia auriculata, officinalis; Conringia orientalis; Crambe cordifolia, koktebelica, maritima, tatarica; Diplotaxis muralis, tenuifolia; Draba; Eruca; Erucaria; Erucastrum; Erysimum cheiranthoides, cheiri, sylvestre; Euclidium; Fibigia; Heliophila amplexicaule; Hesperis matronalis; Hirschfeldia incana; Hypochaeris radicata; Iberis amara, “imperialis”, odorata, pinnata, sempervirens; Isatis tinctoria; Lepidium cartilagineum, didymum; Lobularia maritima; ; Lunaria annua; Malcolmia africana; Matthiola incana; Medicago; Moricandia arvensis; Myagrum perfoliatum; Nasturtium officinale; Neslia;Noccaea brevistyla, perfoliata; Peltaria; Pisum sativum; Raphanus raphanistrum, sativus; Reseda alba, crystallina, lutea, muricata, odorata; Rorippa amphibia, palustris; Sinapis alba, arvensis; Sisymbrium altissimum, officinale, orientale, supinum; Teesdalia nudicaulis; Thlaspi arvense; Trigonella; Tropaeolum majus, peregrinum; Zilla spinosa.

In beperkte mate schadelijk (Burger ea, 1985a; Máca, 1972a).

fenologie

Larven in mei-juni, augustus, en september (Hendel, 1828a; Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a).

LUX te verwachten (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa (Fauna Europaea, 2008).

larve

puparium

synoniemen

Scaptomyza, Scaptomyzella flaveola Meigen, 1830; Scaptomyza apicalis Hardy,1849; Scaptomyzella flava.

literatuur

Ahr (1966a), Amsel & Hering (1931a), Beiger (1960a, 1965a, 1970a), Beuk (2002b), Bland (1992b), Buhr (1933a, 1941b, 1964a), Burger ao (1985a), Drăghia (1970a), Edmunds (2013a), Gosseries (1991a), Günthart (1949a), Hartig (1939a), Hendel (1928a), Hering (1927b, 1931/32f, 1936b, 1957a), Huber (1969a), Máca (1972a), Maček (1999a), de Meijere (1895a, 1939a), Michalska (1970a, 1976a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spooner & Bowdrey (2012a), Starý (1930a), Zoerner (1969a, 1970a, 1971b).

mod 18.vii.2019