Scaptomyza pallida (Zetterstedt, 1847)

Diptera, Drosophilidae

mijn

Smalle, ondiepe, eventueel vertakte gang, overgaand in een ondiepe blaas. Frass in zwarte ophopingen. Puparium nu eens in, dan weer buiten de mijn.

waardplanten

Alliaceae, monofaag

Allium cepa

fenologie

Larven in mei en augustus (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Gosseries, 1991a).

NE waargenome (Beuk, 2002b).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa, Ierland misschien uitgesloten (Fauna Europaea, 2009).

larve, puparium

Zeer gedetailleerde beschrijving door Okada (1968a).

synoniemen

Parascaptomyza disticha (Duda, 1921).

opmerkingen

Er bestaat enige twijfel of deze soort een mineerder is, dan wel een saprophytisch leeft (Hering, 1957a).

literatuur

Beuk (2002b), Corbet (2004a), Gosseries (1991a), Hering (1957a), Maček (1999a), Okada (1968a), Robbins (1991a).

3.ii.2009

mod 18.vii.2017