Cheilosia caerulescens (Meigen, 1822)

tuingitje

op Sempervivum

Cheilosia caerulescens: damage to Sempervivum tectorum

Sempervivum tectorum, België, prov. Antwerpen, Mol, 12.x.2018 © Carina Van Steenwinkel: aantastingsbeeld

Cheilosia caerulescens: mines on Sempervivum tectorum

detail

Cheilosia caerulescens: mine on Sempervivum tectorum

grotendeels uitgemijnd blad

Cheilosia caerulescens: mine on Sempervivum tectorum

gemineerd blad in doorzicht

Cheilosia caerulescens: larva on Sempervivum tectorum

larve, bezig zich in te boren in een nieuw blad

Cheilosia caerulescens: damage to Sempervivum arachnoideum

Sempervivum arachnoideum, België, prov. Antwerpen, Mol, 12.x.2018 © Carina Van Steenwinkel

Cheilosia caerulescens: mines Sempervivum arachnoideum

de buitenste bladeren van het rozet zijn volledig uitgemijnd

mijn

Het ei wordt gelegd in het centrum van een bladrozet. De larve maakt slordige kronkelende en zich oversnijdende gangen. Een uitgemijnd blad wordt via een opening verlaten, en nieuw blad wordt aangeboord. Tot vijf bladeren worden zo leeggegeten; ze verbruinen en verschrompelen. Het puparium wordt buiten de mijn, in de grond, gevormd.

waardplanten

Crassulaceae, monofaag

Sempervivum arachnoideum, montanum, tectorum.

Deze soorten zijn in rotstuinen heel populair.

d’Aguilar & Coutin noemen daarnaast nog Geum montanum, Solidago virgaurea en Tussilago farfara; een bron wordt daarbij niet vermeld.

fenologie

Larven in twee generaties, in juni en augustus (d’Aguilar & Coutin, 1988a). Overwintering als pop in de grond.

BENELUX

BE waargenomen (Verlinden, 1991a).

NE Sinds 1987 uit Nederland bekend (van Aartsen, 1993a; van der Goot 1989a); sedertdien verspreid over heel Nederland waargenomen (Reemer, 1999a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Polen tot het Iberisch Schiereiland, en van Nederland tot Italië en Servië (Fauna Europaea, 2007); Engeland (Collins & Halstead).

larve

Zie Stuke (2000a).

literatuur

van Aartsen (1993a), d’Aguilar & Coutin (1988a), Collins & Halstead (2008a), van der Goot (1989a), Reemer (1999a), Reemer, Renema, van Steenis ao (2009a), Speight (2017a), van Steenis & Barendregt (2002a), Stuke (2000a), Verlinden (1991a).

mod 16.vi.2019