Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cheilosia grossa

Cheilosia grossa (Fallén, 1817)

wilgengitje

op distels

parasiet

Meestal plm. 4 eieren worden tegelijk afgezet nabij de top van een stengel. De larven dringen de stengel binnen en dalen als boorders af tot nabij de wortelhals. De larven kunnen naar buiten komen, zich langs de stengel verplaatsen, en zich boven een bladvoet opnieuw inboren. Verpopping in de bodem. Ook al doordat verscheidene eieren tegelijkertijd worden afgezet sterft het groeipunt meestal af, waarna de plant bossig uitloopt.

waardplanten

Asteraceae-Carduinae, nauw monofaag

Carduus crispus, nutans & subs leiophyllus + subsp. scabrisquamus, pycnocephalus, tenuiflorus; Cirsium eriophorum, palustre, vulgare.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Zie Rotheray.

synoniemen

Cheilosia grossa (Harris, 1780).

literatuur

Reemer, Renema, van Steenis ao (2009a), Rizza, Campobasso, Dunn & Stazi (1988a), Rotheray (1988b), Sheppard, Aeschlimann, Sagliocco & Vitou (1995a), Speight (2017a).

Laatste bewerking 21.ii.2020