Terellia serratulae (Linnaeus, 1758)

speerdistelboorvlieg

op Asteraceae

gal

de larven ontwikkelen zich in de hoofdjes. Ze veroorzaken geen vergalling, maar boren zich tussen de haren van de deelbloemen en de bloembodem, kunnen ook boren in de bloembodem. De larven overwinteren in de hoofdjes; de meeste verpoppen zich pas na de winter.

waardplanten

Asteraceae, Carduaeae, nauw oligfaag

Carduus acanthoides, defloratus, nutans, pycnocephalus, tenuiflorus; Cirsium acaulon, arvense, dissectum, eriophorum, oleraceum, palustree, vulgare.

Khaghaninia e.a. noemen daarenboven Galactites tomentosa en Lamyropsis cynaroides.

literatuur

Baugnée (2006a), Bjeliš (2007a), Bland & Rotheray (1994b), Khaghaninia, Gharajedaghi, Zarghani & Pour Abad (2012a), Merz & Kofler (2008a), Redfern (1968a), Smit (2010a), White (1988a).

mod 21.vii.2019