Trypeta artemisiae (Fabricius, 1784)

oranjebruine alsemboorvlieg

Trypeta artemisiae mines

Artemisia vulgaris, België, Vogenée (Walcourt), Réserve Natagora de la vallée de l’Eau d’Yves © Jean-Pierre Duvivier

Trypeta artemisia mine

Artemisia vulgaris, Hilversum: doorzicht door een heel jong mijntje, waar het ovipositielitteken nog zichtbaar is (pijltje)

mijn

De mijn begint als een langgerekte blaas bovenop een een sterke nerf; van daaruit worden uitlopers gevormd die samenvloeien. Alle frass bevindt zich op een centraal punt in de bodem van de mijn. Als gevolg daarvan heeft de mijn een langgerekte bruinzwarte kern en een licht bruingroene zoom. De larve ligt vaak (misschien bij daglicht altijd?) te rusten in het centrum van de mijn. De primaire en secundaire frasslijnen zijn gewoonlijk duidelijk. Het puparium wordt gevormd nadat de larve de mijn verlaten heeft.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Achillea biserrata, ptarmica; Artemisia absinthium, gnaphalioides, moxa, vulgaris; Chrysanthemum indicum; Eupatorium cannabinum; Senecio nemorensis; Tanacetum corymbosum, macrophyllum, parthenium, vulgare.

fenologie

Larven van juni-september (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Leclercq & De Bruyn, 1991a).

NE waargenomen (de Meijere, 1939a; van Aartsen & Smit, 2002).

LUX waargenomen (Ellis, Hobscheid).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa ten westen van Wenen; ook Bulgarijë, daarom vermoedeljk nog wel verder verbreid (Fauna Europaea, 2008).

larve

puparium

opmerkingen

Zeer algemeen; niet zelden zijn alle bladeren van een plant aangetast, en soms heeft zelfs elke bladlob een mijntje. Ondanks de alomtegenwoordigheid van de mijn worden volwassen vliegen slechts zelden gevangen (Kabos & van Aartsen, 1984a; Wakkie, 1994a). Vroeger schadelijk op chrysanthen.

Soms, vooral op Tanacetum kunnen de mijnen opvallend groot zijn. Ik heb lange tijd verondersteld dat dit mijnen waren van T. zoe, maar wegens het constant ontbreken van een smalle begingang ga ik er nu van uit dat het mijnen zijn van artemisiae.

Trypeta artemisiae? mine

Tanacetum vulgare, Arnhem, mijn in doorzicht

Trypeta artemisiae? mine

zelfde mijn, bovenzijde

literatuur

van Aartsen & Smit (2002a). Ahr (1966a), Baugnée (2006a, 2009a), Beiger (1955a, 1960a, 1965a, 1970a, 1979a), Bland (1994b), Buhr (1933a, 1941b, 1964a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Groppe (1988a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1921a, 1930b, 1937b, 1957a), Huber (1969a), Kabos & van Aartsen (1984a), Kvičala (1938a), Leclercq & De Bruyn (1991a), Lutovinovas (2014a), Maček (1999a), de Meijere (1895a, 1939a), Merz (1999a), Merz & Kofler (2008a), Michalska (1970a, 1972a, 1976a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntytė (2003a), Pakalniškis (1983a), Robbins (1991a), Skala & Zavřel (1945a), Smit (2010a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Surányi (1942a), Wakkie (1994a), White (1988a), Zoerner (1969a, 1970a).

07/09/2016

mod 22.xi.2017