Trypeta immaculata (Macquart, 1835)

oranje composietenboorvlieg

_2325_1

Pilosella officinarum, België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Trypeta immaculata: mine on Pilosella officinarum

blad in doorzicht

mijn

De mijn begint met een zeer smal voldiep gangetje. Dit eindigt bij de hoofdnerf. Vervolgens wordt er een brede gang, later meer een langgerekte blaas, vaak gevormd bovenop de hoofdnerf. De gang heeft brede, lobbige uitlopers. Frass in losse korrels. Secundaire vraatlijnen opvallend. De larve kan de mijn verlaten en elders opnieuw beginnen; de associatie met de hoofdnerf kan in die latere mijnen verloren gaan. Het puparium wordt gevormd nadat de larve de mijn verlaten heeft.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag

Aposeris foetida; Crepis paludosa; Hieracium laevigatum, murorum, sabaudum; Hypochaeris; Lactuca muralis; Lapsana communis; Leontodon hispidus; Picris hieracioides; Pilosella officinarum; Prenanthes purpura; Scorzoneroides autumnalis; Sonchus arvensis; Taraxacum officinale.

fenologie

Larven juli en en september-october (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Baugnée, 2009a).

NE waargenomen, zeldzaam (de Meijere,1939a; Kabos & van Aartsen, 1984a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Scandinavië en Finland tot Italië, en van Ierland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2008).

synoniemen

Trypeta hamifera Loew, 1846.

literatuur

van Aartsen & Smit (2002a), Baugnée (2006a, 2009a), Beiger (1960a, 1965a, 1979a), Bland & Rotheray (1994b), Buhr (1964a), Hering (1957a), Huber (1969a), Kabos & van Aartsen (1984a), Leclercq & De Bruin (1991a), Lutovinovas (2014a), Maček (1999a), de Meijere (1939a), Merz (1999a), Merz & Kofler (2008a), Michalska (1970a), Michna (1975a), Robbins (1991a), Smit (2010a), Smit & Belgers (2011a), Sønderup (1949a), White (1988a).

28/01/2017

mod 11.vii.2019