Contarinia barbichei (Kieffer, 1890)

springende rolklavertopgalmug

op Lotus

gal

De bovenste internodia zijn verkort, en van de bovenste, meestal twee, bladeren, zijn de blaadjes en steunblaadjes verdikt en ingerold. De larven zijn gregair, wit tot lichtgeel, en ze kunnen springen. 2-4 Generaties per jaar, overwintering en verpopping in de grond.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Lotus corniculatus, pedunculatus, tenuis.

synoniemen

Diplosis barbichei.

opmerkingen

Alleen middels de larven met zekerheid te onderscheiden van Jaapiella loticola; deze laatste heeft ± oranje larven, die niet kunnen springen. Jonge larven van galmuggen zijn echter gewoonlijk kleurloos.

literatuur

Béguinot (2006a,e, 2012a), Bruun (2015a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gagné (2010a), Houard (1909a), Kieffer (1890b), O’Connor (2005a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Simova-Tošić (2008a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (1996a, 2004a), Skuhravá & Skuhravý (1997a, 1999a,b, 2003a, 2007a, 2010a,b), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá Skuhravý & Hellrigl (2002a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

mod 26.vi.2019