Contarinia cucubali Kieffer, 1909

op Silene

gal

De bladeren van het bovenste bladpaar zijn verkort en verbreed, en naar elkaar toe gebogen zodat de bladranden elkaar raken. In de zo ontstane holte enkele witte 2 mm lange larven, die kunnen springen. Overwintering in de bodem; vermoedelijk één generatie. Spatula van de larve hyalien maar topdeel geel met twee stompe, bijna even lang als brede lobben die door een brede concave insnijding gescheiden zijn.

waardplanten

Caryophyllaceae, nauw monofaag

Silene vulgaris.

literatuur

Buhr (1965a), Kieffer (1909a), Redfern & Shirley (2011a), Skuhravá & Skuhravý (1997a, 1994a, 1999b, 2003a, 2010a), Skuhravá, Skuhravý & Hellrigl (2001a, 2002a).

mod 1.v.2018