Contarinia fagi Rübsaamen, 1921

op Fagus

gal

De geelwitte, springende larven leven in de zich openende bladknoppen. De jonge bladeren raken geheel vervormd, en de scheut kan zelfs afsterven, wat leidt tot de vorming van nieuwe uitlopers. Knoppen kunnen ook niet uitlopen, en verdrogen. Multivoltien, verpopping en overwintering in de grond.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Fagus sylvatica.

larve

Contarinia fagi: spatula

spatula met papillen (uit Möhn, 1955a)

opmerkingen

Schadelijk in boomkwekerijen. Treedt veel op in gesnoeide heggen, omdat daar regelmatig nieuwe uitlopende knoppen beschikbaar zijn.

inquilinen

Macrolabis fagicola.

literatuur

Barnes (1951a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gagné (2010a), de Goffau & Nijveldt (2005a), Möhn (1955a), Redfern &a Shirley (2011a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2004a), Skrzypczyńska (2007a), Skuhravá & Skuhravý (1988a, 1992b, 1997a, 1999a,b, 2005c, 2010a), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

mod 14.v.2018