Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Sitodiplosis mosellana

Sitodiplosis mosellana (Géhin, 1857)

oranje tarwegalmug

op Triticum

gal

Een oranje larve leeft in een aartje dat er normaal uitziet, maar er heeft geen vruchtzetting plaats. Univoltien; verpopping en overwintering in de bodem in een zijden cocon.

Alleen in het eerste en tweede stadium neemt de larve voedsel op. In het derde stadium blijft de larve inactief, binnen de verdroogde larvehuid van het tweede stadium, dat als een voorlopige cocon fungeert. Na kortere of langere tijd verlaat de larve de tijdelijke cocon en laat zich op de grond vallen.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Hordeum vulgare; Triticum aestivum, turgidum.

larve

De drie larve-stadia worden beschreven door Gagné & Doane.

The three larval instars are described by Gagné & Doane.

Sitodiplosis mosellana: spatula

spatula met papillen (uit Möhn, 1955a)

opmerkingen

Secundaire plaag in de graanbouw.

literatuur

Buhr (1965a), Gagné (2010a), Gagné & Doane (1999a), Liatukas, Ruzgas & Šmatas (2009a), Möhn (1955a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Roy, Langevin, Légaré & Duval (2008a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2000a, 2004a, 2007a), Simova-Tošić, Skuhravá, Skuhravý & Postolovski (2007a), Skuhravá & Skuhravý (1997a, 1999a, 2009b, 2012a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

Laatste bewerking 19.vi.2018