Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Mikiola fagi

Mikiola fagi (Hartig, 1839)

beukengalmug

op Fagus

Mikiola fagi galls on Fagus sylvatica

Fagus sylvatica, Hongarije, Budapest, János-hegy © László Érsek

Mikiola fagi galls on Fagus sylvatica

twee gallen

Mikiola fagi gall on Fagus sylvatica

onderzijde van een vergald blad

Mikiola fagi gall on Fagus sylvatica

detail

Mikiola fagi opened gall

geopende gal

Mikiola fagi larva

larve

Mikiola fagi galls

Fagus sylvativa, Bussum: links de gal van een mannelijke, rechts van een vrouwelijke larve

Mikiola fagi: female galls on Fagus sylvatica

Fagus sylvatica, Elspeet, Kasteel Staverden, 18.vi.2019 © Hans Jonkman: ongewone groep van vrouwelijke gallen

Mikiola fagi gall

Fagus sylvatica, Tilburg

onderzijde

de wand van de keiharde gal bestaat een paar lagen glasachtige hoge cellen, met een groenige binnenbekleding met veel kleinere cellen

de bodem van de galkamer ….

… is bezet met gezwollen, losse cellen; waarschijnlijk vormen die het voedsel voor de larve

de gal groeit veel sneller dan de larve; daarom zijn er in volgroeide gallen aanvankelijk heel kleine, later veel grotere larve te zien, zoals hier

een al bijna dode larve en zijn, nog kleine, parasitoid

een parasitoid imago dat nog in een verdroogde gal zat

ook de de bewoner van deze gal is het niet goed afgelopen

gal

Wanneer de larve volgroeid is valt de gal van het blad, en sluit de larve de opening met spinsel af. De larve overwintert in de gal en verpopt in het voorjaar.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Fagus orientalis, sylvatica, x taurica.

Zeer zelden ook op Castanea.

larve

Mikiola fagi, larva

Fagus sylvatica, Tilburg; larve, ventraal

spatula en de kop van de larva

Mikiola fagi: spatula

prosternum met spatula (uit Möhn, 1955a)

pupa

Mikiola fagi: pupa

Fagus sylvatica, Roggebotsebos © Arnold Grosscurt

opmerkingen

De soort is in Nederland bijzonder talrijk; des te merkwaardiger is het dat, zoals Redfern & Shirley schrijven, de soort in het Verenigd Koninkrijk schijnt te zijn uitgestorven.

Gallen vooral hoog in de boomkruinen (Kampichler & Teschner, 2002a).

De larven kunnen in de gal gedood worden door een sterke ontwikkeling van de endophytische schhimmel Apiognomonia errabunda.

literatuur

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Barnes (1951a), Béguinot (2001c, 2002e,g, 2005a, 2006a, 2007b, 2012a), Bellmann (2012a), Blanes-Dalmau, Caballero-López & Pujade-Villar (2017a), Bruun (2015a), Buhr (1964b), Cilbircioğlu & Ünal (2009a), Cogolludo (1921a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Dziurzynski (1961a,b), Gagné (2010a), Groom (2011a), Hellrigl (2006a), Houard (1908a), Ilie & Marinescu (2011a), Kampichler & Teschner (2002a), Kieffer (1901a), Kollár (2011a), Koops (2013a), Lambinon, Carbonnelle & Claerebout (2015a), Lambinon & Romain (2009a), Lambinon, Schneider & Feitz (2001b), Lehmann & Hannover (2016a), Mirumian (2011a). Möhn (1955a), Nieves Aldrey (1998a), Pujade i Villar (1990a), Redfern & Shirley (2011a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Seidel (1957a), Simova-Tošić & Skuhravá (2001a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (1999a, 2000a, 2004a, 2007a), Skrzypczyńska (2007a), Skuhravá (2006a), Skuhravá, Bayram, Çam ao (2005a), Skuhravá, Karimpour, Sadeghi ao (2014a), Skuhravá & Skuhravý (1988a, 1992b, 1994a, 1997a,b, 1999a,b, 2005c, 2006a, 2007a, 2008a, 2009b, 2010a), Skuhravá, Skuhravý, Blasco-Zumeta & Pujade-Villar (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Buhr (2013a), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý &; Hellrigl (2001a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Massa (2007a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a), Stănescu (2009a), Tomasi (2003a, 2014a), Unal & Akkuzu (2009a).

Laatste bewerking 23.vi.2019