Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Kaltenbachiola strobi

Kaltenbachiola strobi (Winnertz, 1853)

sparrenzaadgalmug

op Picea

gal

Aan de basis van de kegelschubben, aan de binnenzijde, een of meer lichter gekleurde wratjes. Elk bevat één rode larve. Verpopping in het voorjaar in de gal, in een witte cocon. Aangetaste kegel blijven langer dan normaal gesloten.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Picea abies, glauca, omorika, pungens.

De vermelding door Buhr van Pinus strobus en sylvestris berust op een vergissing (Skuhravá, Skuhravý & Meyer, 2014a).

larve

Kaltenbachiola strobi: prosternum

prosternum heeft geen spatula (uit Möhn, 1955a)

synoniemen

Kaltenbachiella, Perrisia, strobi.

inquilinen

In de kegels worden ook de larven gevonden van de galmug Lestodiplosis holstei, die vermoedelijk de predator is van K. strobi.

literatuur

Barnes (1951a), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gagné (2010a), Hellrigl (2006a), Houard (1908a), Möhn (1955a), Nijveldt (1973a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Simova-Tošić & Skuhravá (2001a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2000a, 2007a), Skrzypczyńska (2007a), Skuhravá & Skuhravý (1997a, 1999a, 2006a, 2007a, 2009a, 2010a, 2012a), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Hellrigl (2001a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

Laatste bewerking 17.v.2018