Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Mayetiola destructor

Mayetiola destructor (Say, 1817)

hessische mug

op granen

Mayetiola destructor: gall on Phleum pratense

Phleum pratense, België, prov. Namen, Couvin, Aublain, 8.viii.2020 © Sébastien Carbonelle

Mayetiola destructor: gall on Phleum pratense

gal

Mayetiola destructor: puparia

puparia

Mayetiola destructor: puparium

een enkel puparium

gal

De, zwak verdikte, halm heeft vlak boven een knoop een of meer ovale, ondiepe holtes. Ze zijn niet bedekt met epidermis, maar liggen meestal binnen de bladschede. In elk ligt een enkele 3 mm lange larve, die bijna hyalien zijn. Verpopping in de gal, in de vorm van een elliptisch donker roodbruin puparium. Meestal twee generaties per jaar. Zwaar aangetaste planten sterven af.

Alleen in het eerste en tweede stadium neemt de larve voedsel op, waarbij de larve met de kop naar beneden gericht in de gal ligt. In het derde stadium blijft de larve inactief, binnen de verdroogde larvehuid van het tweede stadium, een puparium, dat als een cocon fungeert. Voor de echte verpopping keert de larve zich binnen het puparium om met de kop naar boven, zodat de pop in de voor het imago juiste positie verkeert on de gal te verlaten.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Cynodon dactylon; Elytrigia repens; Holcus lanatus; Hordeum murinum, vulgare & subsp. distichon; Phleum pratense; Poa nemoralis; Secale cereale; Triticum aestivum.

vooral op voedselgranen, in de eerste plaats tarwe.

larve

De larve wordt beschreven door Ertel (1975a)

Mayetiola destructor: spatula

prosternum met spatula (uit Möhn, 1955a)

opmerkingen

De Hessische vlieg is in de 19e eeuw vanuit Noord-Amerika in Europa terechtgekomen. In Europa, maar veel meer nog in Amerika, een belangrijke plaag van graangewassen.

literatuur

Buhr (1964b, 1965a), Cheraghian (2013a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Docters van Leeuwen (1936a), Ertel (1975a), Gagné (2010a), Gagné & Doane (1999a), Houard (1908a), Lambinon, Schneider & Feitz (2001b), Mirumian (2011a), Möhn (1955a), Nijveldt (1954a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Rübsaamen (1895a), Sánchez, Skuhravá & Skuhravý (2012a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2000a), Skuhravá, Bayram, Çam ao (2005a) Turkey, Skuhravá, Blasco-Zumeta & Skuhravý (1993a), Skuhravá & Skuhravý (1994a, 1997a,b, 1999a, 2004b, 2012a), Skuhravá, Skuhravý, Blasco-Zumeta & Pujade-Villar (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Buhr (2013a), Skuhravá, Skuhravý & Carbonnelle (2017a), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Massa (2007a), Skuhravý & Skuhravá (1999a), Skuhravá, Skuhravý & Kettani (2017a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a), Tomasi (2012a,2014a), Wetzel, Skuhravý, Camprag, ao (1984a).

Laatste bewerking 11.iii.2021