Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Rabdophaga nielsenii

Rabdophaga nielsenii Kieffer, 1906

op Salix

gal

Larve in een 1 x 3 mm grote cel in hout en merg van een eenjarige scheut. De wand van de cel is donker gekleurd, het merg is over 2-3 cm oranje verkleurd. Aan de buitenzijde is soms een 3 x 6 mm verkleuring te zien van de schors, meestal begrensd door een zoom. Langs, later ook binnen de zoom bladdert de schors af. Nadat de pop is uitgekomen ontstaat een door een wal van callus omgeven zwarte wond.
Soms liggen 4-5 cellen achtereen; de scheut kan dan licht gezwollen zijn en plaatselijk donker gekleurd. De scheut sterft in dit geval af.
Larve rood, slank, solitair. Verpopping in de gal; de pop boort zich in het basale deel van de gal naar buiten. bij het uitkomen blijft de pophuid in de opening achter.
Waarschijnlijk bivoltien.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix.

Kieffer & Nielsen beschreven soort en gal van “verschillende wilgen-soorten”, zonder er een te noemen. Rübsaamen meende de soort te herkennen in materiaal dat hij kweekte uit Salix repens. Buhr vermeldt de soort van S. aurita, repens en smalbladige wilgen. De nauwe waardplant-associatie met Salix pentandra die wordt genoemd door Redfern & Shirley is zeker te beperkt.

synoniemen

Dasineura nielsenii.

larve

Rabdophaga nielsenii: spatula

spatula (uit Rübsaamen)

literatuur

Barnes (1951a), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Houard (1908a [“nielseni”]), Kieffer & Nielsen (1906), Redfern & Shirley (2011a), Rübsaamen (1916a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a), Stelter (1980a, 1984a).

Laatste bewerking 11.i.2019