Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Rabdophaga salicis

Rabdophaga salicis (Schrank, 1803)

gewone wilgtakgalmug

op Salix

Rabdophaga salicis: gall on Salix aurita

Salix aurita, Hongarije, Jánossomorja, 17.viii.2019 © László Érsek

Rabdophaga salicis: gall on Salix aurita

geopende gal

Rabdophaga salicis: larva

larve dorsaal

Rabdophaga salicis: larva

larve ventraal

Rabdophaga salicis on Salix cinerea

Salix cinerea, Frankrijk, dép. Côte d’Armor, Plédéliac, 31.viii.2019 © Pierre Duhem

Rabdophaga salicis on Salix cinerea

doorsnede

Rabdophaga salicis: galls on Salix cinerea

Salix cinerea, Sevenum 2.ix.2018 © Arnold Groscurt

Rabdophaga salicis: gall on Salix cinerea

vergalde hoofdnerf

Rabdophaga salicis: gall with larvae

geopende gal met twee larven

Rabdophaga salicis: larva

larve met spatula

Rabdophaga salicis: gall on Salix cinerea

Salix cinerea, België, prov. Namen, Romedenne; leg. Sébastien Carbonnelle © Gilles San Martin

Rabdophaga salicis galls

Salix cinerea, Hoek van Holland, leg Ben van As

Rabdophaga salicis gall

Salix aurita, België, prov. Luxemburg, Bovigny, Chifontaine: oude gal; © Jean-Yves Baugnée

Rabdophaga salicis pupa

pop; in tegenstelling tot de gelijkende Rabdophaga dubiosa heeft de pop tussen de prothoracale hoorns een paar stevige tandjes.

gal

Meerkamerige, meestal alzijdige, ± 10 mm dikke en tot 50 mm lange onregelmatige opzwelling van dunne takken, soms verscheidene na elkaar, dan eventueel vergroeid. De schors is vaak gebarsten en gerafeld. De slapende knoppen liggen onregelmatige verspreid over het oppervlak. Verse gallen zijn groen, oude donkerbruin. Kleinere gallen treden ook op de bladsteel en de hoofdnerf. De galkamers liggen in de bast, de schors en het merg; elk bevat een enkele oranje larve of pop. Bij het uitkomen boren de poppen zich op een willekeurige plek naar buiten (in tegenstelling tot bij R. dubiosa, waarvan de poppen alleen via een slapende knop naar buiten kunnen komen)

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix alba, arbuscula, aurita, babylonica, canariensis, caprea, cinerea, daphnoides, elaeagnos, excelsa, x fragilis, glabra, hastata, helvetica, myrsinites, nigra, pentandra, purpurea, repens.

Vooral Salix aurita, caprea, cinerea, repens.

fenologie

Een enkele generatie per jaar. De larve overwintert in de gal en verpopt zich daarbinnen in het voorjaar.

larve

de volwassen larve wordt beschreven door Nijveldt & Yukawa (1982a).


Rabdophaga salicis: spatulas

spatula’s van exemplaren uit Salix aurita (a, d), S. cinerea (b) en S. caprea (c) (uit Rübsaamen, 1916a)

pop

Zie Stelter (1980a). Aan de basis van de prothoracale hoorns een duidelijk tandje (ontbreekt bij R. dubiosa).

synoniemen

Cecidomyia, Dasineura, Dichelomyia, Rhabdophaga, salicis; Dichelomyia, Rhabdophaga noduli (Rübsaamen, 1895.

inquilinen

Als gespecialiseerde predator leeft in de gallen Lestodiplosis gammae.

literatuur

Barnes (1951a), Béguinot (2002e, 2005a, 2006a, 2012a), Bellmann (2012a), Bruun (2015a), Buhr (1965a), Charles, Nef, Allegro, ao (2014a), Cilbircioğlu & Ünal (2009a), Cogolludo (1921a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Deckert & Deckert (2016a), Dietrich (2016a), Docters van Leeuwen (1936a), Gagné (2010a), Hellrigl (2010a), Houard (1908a), Kieffer (1895b), Kollár (2011a), Kopelke & Amendt (2002a), Lambinon, Schneider & Feitz (2001b), Lehmann & Hannover (2016a), Löw (1888a), Mirumian (2011a), Nijveldt & Yukawa (1982a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Roskam & Carbonnelle (2015a), Rübsaamen (1892a, 1895b, 1916a), Simova-Tošić & Skuhravá (2001a), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (1996a,b, 2000a, 2004a, 2007a), Simova-Tošić, Skuhravá, Skuhravý & Postolovski (2007a), Skrzypczyńska (2007a), Skuhravá (2006a), Skuhravá, Bayram, Çam ao (2005a), Skuhravá, Karimpour, Sadeghi ao (2014a), Skuhravá & Skuhravý (1994a, 1997a, 1999a, 2003a, 2010a, 2012a), Skuhravá, Skuhravý, Blasco-Zumeta & Pujade-Villar (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Carbonnelle (2017a), Skuhravá, Skuhravý, Dauphin & Coutin (2005a), Skuhravá, Skuhravý, Dončev & Dimitrova (1991a, 1992a), Skuhravá, Skuhravý & Hellrigl (2001a, 2002a), Skuhravá, Skuhravý & Jørgensen (2006a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý & Neacsu (1972a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a), Stelter (1956a, 1978a, 1980a, 1988a), Tavares (1905a), Tomasi (2014a), Unal & Akkuzu (2009a).

Laatste bewerking 28.iv.2020