Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Phytosciara macrotricha

Phytosciara macrotricha (Lengersdorf, 1926)

Diptera, Sciaridae

Phytosciara macrotricha: mine on Tussilago farfara

Tussilago farfara, België, prov. Namen, Maizeret, 5.vi.2014 © Jean-Yves Baugnée

Phytosciara macrotricha: mine on Tussilago farfara

zelfde mijn in doorzicht

Phytosciara macrotricha: larva

larve

Phytosciara macrotricha (?) on Vaccinium vitis-idaea

Vaccinium vitis-idaea, Boswachterij Schoonloo © Ben van As – zie opmerking hieronder

mijn

mijn voldiep, aanvankelijk gangachtig, vaak vertakt en onregelmatig van breedte, later bijna blaasvormig. De mijn heeft openingen, waardoor een deel van de frass wordt weggewerkt. De larve verlaat regelmatig de mijn en begint elders opnieuw. In tegenstelling tot Phytosciara halterata mineren de larven levenslang.

waardplanten

breed polypfaag op lage kruiden van beschaduwde standplaatsen

Arctium lappa, minus; Caltha palustris; Carduus crispus; Cirsium arvense, oleraceum, palustre, vulgare; Doronicum orientale; Eupatorium cannabinum; Jacobaea aquatica; Ficaria verna; Lamium album; Myosotis sylvatica; Petasites albus; Plantago lanceolata; Pulmonaria obscura, officinalis; Ranunculus acris, lanuginosus, repens; Rudbeckia; Senecio ovatus; Symphytum officinale; Tussilago farfara.

fenologie

Larven van eind mei tot november (Buhr, 1956a; Hering, 1957a).

BENELUX

De waarneming door Jean-Yves is de eerste voor de Benelux.

verspreiding binnen Europa

Van Denemarkten tot de Alpen; ook Letland en Rusland (Fauna Europaea, 2009); voorts Polen en Slovenië (Beiger, 1960a; Maček, 1999a).

larve

Langgerekt, zonder poten, maar met een herkenbaar kopkapsel.

synoniemen

Psilomegalosphys macrotricha.

opmerkingen

de mijnen op Vaccinium (3 blaadjes) waren verlaten; het was duidelijk dat de larven meermalen aan de onderzijde het blad hadden verlaten en zich opnieuw hadden ingeboord. Eischaaltjes waren niet te zien, maar bij het einde van een van de gangen werd (onderzijdig) de vliezige resten waargenomen van een exuvium. De mijnen bevatten veel frass; dat pleit tegen de determinatie, evenals het feit dat de soort volgens de literatuur nimmer voorkomt in Ericaceae, of in het algemeen in planten met een dergelijke stugge bladstrutuur.

literatuur

Beiger (1960a, 1970a), Buhr (1933a, 1941b, 1956a, 1964a), Huber (1969a), Maček (1999a), Michalska (1970a, 1976a), Mohrig & Menzel (1994a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a).

28/01/2017

Laatste bewerking 18.vii.2017