Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Macrosiphoniella ptarmicae

Macrosiphoniella ptarmicae Hille Ris Lambers, 1956

op Achillea

parasiet

Apterae 2-3 mm. Kop blauwgrijs, rest van het lichaam teer groen, tussen en rondom de siphunculi olijfgroen. Fijne lijntjes tussen de tergieten, dwars-spoelvormige, soms samenvloeiende, intersegmentale vlekken over de mediaan, vergelijkbare laterale vlekken. Dorsaal dun bepoederd met grijswitte was die de vlektekening niet afdekt; ventraal zwak bepoederd. Ogen helder- tot donkerrood. Antennen zwart. Siphunculi zwart of met een groene, transparante basis, cauda min of meer als de basis van de siphunculi. Poten ofwel zwart, dan wel met het middendeel van de tibiae en de basale helft van de femora bleker en min of meer doorschijnend. Luizen vooral in de bloeiwijze, maar ook aan de onderzijde van de hogere en lagere bladeren.

waardplanten

Asteraceae, nauw monofaag

Achillea ptarmica.

literatuur

Blackman & Eastop (2018), Heie (1995a), Hille Ris Lambers (1956a).

Laatste bewerking 13.i.2019