Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Myzus cerasi

Myzus cerasi (Fabricius, 1775)

zwarte kersenluis

op Prunus, primaire waardplant

Myzus cerasi: gall on Prunus avium

Prunus avium, Hongarije, Budapest, 12.v.2017 © László Érsek: galled leaf

Myzus cerasi: colony on Prunus avium

kolonie in opengevouwen gal

Myzus cerasi: colony

detail

Myzus cerasi: ant visit

mierenbezoek

Myzus cerasi: aptera

aptera (siphunculi bijeengevouwen)

Myzus cerasi: aptera

aptera, lateraal

Myzus cerasi: aptera

aptera, dorsaal

Myzus cerasi on Prunus avium

Prunus avium, Engeland, East Sussex, Beckley Wood © Bob Dransfield & Bob Brightwell, InfluentialPoints

Myzus cerasi gall

Prunus avium, Dronten; bladprop aan het eind van een scheut © Arnold Grosscurt

Myzus cerasi on Prunus sp.

Prunus sp., Enter © Arnold Grosscurt

gal

Apterae 2-3 3 mm, in dichte kolonies aan het eind van de takken. dichte proppen van gekrulde bladeren aan het eind van de takken. Vaak bezocht door mieren. D

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus avium, cerasus, domestica, padus, persica, serrulata, spinosa, subhirtella.

opmerkingen

Het effect van de luizen is niet bij alle soorten even sterk: bij P. cerasus en serrulata treedt nauwelijks vergalling op, bij P. avium zijn de misvormingen daarentegen zeer sterk.


op vooral Rubiaceae, Plantaginaceae, Orobanchaceae, secundaire waardplanten

secundaire waardplanten

Rubiaceae, Plantaginaceae, Orobanchaceae etc., polyfaag

Asperula; Euphrasia stricta; Galium aparine, lucidum, mollugo, odoratum, pseudoaristatum, verum; Rhinanthus; Veronica beccabunga, montana.

synoniemen

Myzus pruniavium Börner, 1926; Aphis cerasi: Houard, 1908?. Ook Myzus alecterolophi Heinze, 1961, beschreven van Rhinanthus alectorolophus, is waarschijnlijk een synoniem van cerasi.

opmerkingen

DNA-onderzoek heeft bewezen dat de populaties met Prunus avium als primaire waardplant al een afzonderlijke ondersoort moet worden beschouwd: Myzus cerasi pruniavium.

literatuur

Barbagallo, Binazzi, Pennacchio & Pollini (2011a), Barbagallo & Massimino Cocuzza (2014a), Barbagallo & Pollini (2014a), Barjadze, Japoshvili, Karaca & Özdemir (2014a), Blackman & Eastop (2014), Börner & Franz (1956a), Buga & Stekolshchikov (2012a), Cogolludo (1921a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Durak, Durak & Borowiak-Sobkowiak (0000a, 2011a), Flügel (2016a), Heie (1994a), Hellrigl (2004a), Houard (1908a), Kollár (2007a, 2011a), Koops (2013a), Lambinon, Carbonnelle & Claerebout (2015a), Lambinon & Schneider (2004a), Lampel (1988a), Lampel & Meier (2007a), Mier Durante & Nieto Nafría (1983a), Nieto Nafría, Muñoz Martínez & Mier Durante (1987a), Osiadacz & Wojciechowski (2008a), Pérez Hidalgo, Martínez Peláez & Nieto Nafría (2001a), Petrović (1998a), Rakauskas & Trukšinaitė (2011a), Ripka, Reider & Szalay-Marzsó (1998a), Stănescu (2009a), Suay Cano & González Funes (1998b), Sylvén (1960a), Tambs-Lyche (1970a), Tavares (1905a), Tomasi (2014a), Weis (1955a), Wojciechowski, Depa, Halgoš ao (2016a).

Laatste bewerking 16.xii.2019