Rhopalosiphoninus staphyleae (Koch, 1854)

op Staphylea

gal

bladen zijn gekruld en bleekgeel gevlekt. De bladluizen in het voorjaar zijn 2-3 mm groot, geelwit of bleekgeel met een doorschijnend witte vlek vooraan op de rug. In de zomer migreert een deel van de populaties naar secundaire waardplanten, maar andere blijven op de primaire waardplant. Deze dieren zijn veel donkerder, donker olijfgroen of bruinig met een zwartgroene dorsale tekening.

primaire waardplanten

Staphyleaceae, monofaag

Staphylea colchica, pinnata.


secundaire waardplanten

zeer polyfaag, zelf ook grassen en houtige gewassen

Anemone; Anthericum; Capsella; Cardamine; Crocus; Hemerocallis; Lamium; Oxalis; Tulipa; Vinca.

synoniemen

Myzosiphon staphyleae.

literatuur

Blackman & Eastop (2014), Buhr (1965a), Heie (1994a), Lamplel & Meier (207a), Petrović (1998a), Ripka, Reider & Szalay-Marzsó (1998a), Roskam (2009a), Tomasi (2014a), Wojciechowski, Depa, Halgoš ao (2016a).

mod 28.i.2019