Roepkea marchali (Börner, 1931)

op Prunus, primaire waardplant

gal

de bladeren zijn sterk verbleekt, verdikt en bros, en aan weerszijden van de hoofdnerf naar beneden buisvormig ingerold; aan de onderzijde van het blad vuil-geelgroene tot bijna zwarte, 2 mm grote bladluizen. Ze worden door mieren bezocht.

waardplanten

Rosaceae, nauw monofaag

Prunus mahaleb.


op Lamiaceae, secundaire waardplanten

gal

luizen (altijd?) in de kelken van de bloemen.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Galeopsis “angustifolia”; Phlomis; Stachys.

synoniemen

Roepkea phlomicola marchali.

opmerkingen

Wojciechowski ea noemen als secundaire waardplanten Carex hirta, panicea en riparia; dat correspondeert zo weinig met wat elders in de literatuur wordt vermeld dat het wel een vergissing moet zijn.

literatuur

Blackman & Eastop (2014), Börner & Franz (1956a), Buhr (1965a), Phalaris canariensis, Hellrigl (2004a), Ilie & Marinescu (2011a), Lampel & Meier (2007a), Mier Durante, Seco Fernández & Nieto Nafría (1989a), Petrović (1998a), Ripka, Reider & Szalay-Marzsó (1998a), Tomasi (2003a), Wojciechowski, Depa, Halgoš ao (2016a).

mod 28.i.2019