Uroleucon nigrocampanulae (Theobald, 1928)

op Campanula

parasiet

Apterae 3-4 mm, donkerbruin, antennen, siphunculi en cauda zwart, poten tweekleurig geelbruin en zwart. Op de bladeren, die in het voorjaar krullen, later in het jaar geel gevlekt zijn.

waardplanten

Campanulaceae, ± monofaag

Campanula glomerata, latifolia, medium, patula, persicifolia, rapunculoides, rapunculus, rhomboidalis, sibirica, stevenii, trachelium.

Met enig voorbehoud omtrent de determinatie van de luis melden Franquinho Aguiar ea deze soort ook van Musschia isambertoi, een endeem van de Madeira-archipel.

synoniemen

Dactynotus trachelii Börner, 1939.

literatuur

Barbagallo, Binazzi, Pennacchio & Pollini (2011a), Barbagallo & Massimino Cocuzza (2014a), Barbagallo & Pollini (2014a), Blackman & Eastop (2018), Börner & Franz (1956a), Buga & Stekolshchikov (2012a), Franquinho Aguiar, Ilharco, Khadem & Moreira (2013a), Heie (1995a), Lampel & Meier (2007a), Nieto Nafría, Muñoz Martínez & Mier Durante (1987a), Osiadacz & Hałaj (2011a), Osiadacz & Wojciechowski (2008a), Papapanagiotou, Nathanailidou, Taylor ao (2012a), Szelegiewicz (1982b), Wojciechowski, Depa, Halgoš ao (2016a).

mod 10.ii.2019