Clethrobius comes (Walker, 1848)

op Alnus, Betula

Clethrobius comes

Engeland © Bob Dransfield & Bob Brightwell, InfluentialPoints

parasiet

Alle volwassen larven zijn gevleugeld; ze zijn groot (3-6 mm) donkerbruin en harig. Ze zitten op de takken van twee jaar of ouder, vaak hoog in de kruin of op takken die boven het water hangen.

waardplanten

Betulaceae, oligofaag

Alnus glutinosa, incana, viridis; Betula papyrifera, pendula, pubescens.

synoniemen

Betacallis, Clethrobius, giganteus (Cholodkovsky, 1899)
Populaties op Alnus worden wel als een afzonderlijke soort, Clethrobius giganteus, onderscheiden. Inderdaad mislukten alle transplantatie-pogingen naar berk. Omdat de populaties morfologisch in elk detail identiek zijn worden ze toch meestal als conspecifiek beschouwd.

literatuur

Blackman & Eastop (2017), Börner & Franz (1956a), Danielsson (1974a), Heie (1982a), Hellrigl (2004a), Lampel (1988a), Lampel & Meier (2003a), Müller & Horatschek (1980a), Nieto Nafría & Mier Durante (1998a), Osiadacz & Wojciechowski (2008a), Petrović (1998a), Stroyan (1977a), Tambs-Lyche & Heie (1984a), Wieczorek & Kanturski (2011a), Wojciechowski, Depa, Halgoš ao (2016a).

mod 15.i.2019