Geoica utricularia (Passerini, 1856)

op Pistacia, primaire waardplant

Geoica utricularia: gall

gal (uit Houard, 1909a)

Geoica utricularia gall

Pistacia terebinthus, Griekenland, Kos © Ben van As

waardplanten

Anacardiaceae, nauw monofaag

Pistacia terebinthus & subsp. palaestina.

Volgens Houard eveneens P. atlantica, lentiscus, vera.


op Poaceae, secundaire waardplanten

gal

Luizen aan graswortels, altijd vergezeld door mieren. Ze zijn 1-2 mm groot, crême tot lichtbruin, bepoederd met witte was. Poten en antennen zijn plomp. Op het lichaam veel bruine spatelvormige haren.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agrostis; Avena sterilis; Bromus; Corynephorus canescens; Deschampsia; Festuca; Hordeum vulgare; Lamarckia aurea; Lolium; Phleum; Poa; Triticum aestivum; Zea.

synoniemen

Pemphigus utricularius; Tetraneura utricularia; Pemphigus cornicularius Passerini, 1856; Tetraneura cornicularia.

opmerkingen

De soort is verspreid over grote delen van Europa, tot in Finland toe; daar leeft hij permanent op de secundaire waardplant.

literatuur

Albrecht (2015a), Álvarez (2011a), Barbagallo, Binazzi, Pennacchio & Pollini (2011a), Barbagallo & Massimino Cocuzza (2014a), Barbagallo & Pollini (2014a), Béguinot (2003a), Bellmann (2012a), Blackman & Eastop (2014), Blanes-Dalmau, Caballero-López & Pujade-Villar (2017a), Brown & Blackman (1994a), Cogolludo (1921a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Heie (1980a), Hellrigl (2004a), Houard (1909a), Krzywiec (1982a), Lampel & Meier (2003a), Nieto Nafría & de Benito Dorrego (1976a), Nieto Nafría, Carnero Hernández & Mier Durante (1977a), Nieto Nafría, Mier Durante, Binazzi & Pérez Hidalgo (2002a), Nogal (2011a), Pérez Hidalgo, Martínez Peláez & Nieto Nafría (2001a), Petrović (1998a), Roberti (1983a), Salas-Remón, Llimona, Lozano ao (2015a), Suay Cano & González Funes (1998c), Tavares (1905a), Tomasi (2014a).

mod 21.viii.2019