Parthenolecanium rufulum (Cockerell, 1903)

op houtige gewassen

Parthenolecanium rufulum

© Gyorgy Csóka, Hungary Forest Research Institute, Bugwood.org

parasiet

Wijfje met eieren ovaal, bol, dof roodbruin; tot 6 mm lang en 4 mm breed. Larven aan de onderzijde van de bladeren, overwinteren op dunne takken en worden daar na de winter volwassen. De soort is parthenogenetisch.

waardplanten

Polyfaag

Castanea sativa; Corylus avellana; Crataegus rhipidophylla; Quercus lusitanica, petraea, pubescens, pyrenaica, robur, rubra; Tilia.

Vooral op eik.

synoniemen

Eulecanium rufulum; Eulecanium pulchrum (Cockerell, 1903).

literatuur

Buhr (1965a), Gertsson (2016a), Gomez-Menor Ortega (1960a), Hellrigl (2004a), Jansen (1999b), Kozár, Guignard, Bachmann ao (1994a), Malumphy (2010a), Malumphy & Ostrauskas (2009a), Malumphy, Ostrauskas & Pye (2008a, 2010a), Masten Milek, Seljak, Šimala ao (2016a), Rainato A Pellizzari (2009a), Schmutterer & Hoffmann (2003a), Seljak (2010a), Ülgentürk & Toros (1999a).

mod 21.xii.2018