Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Adelges laricis

Adelges laricis Vallot, 1836

lorkluis

op Picea, primaire waardplant

Adelges laricis: gall on Picea glehnii

Picea glehnii, Hongarije, Budapest, arboretum, 31.v.2019 © László Érsek

Adelges laricis: larvae

larven aan de buitenzijde van de gal

Adelges laricis: larvae

geopende gal met larven en honingdauw-druppeltjes

Adelges laricis: larva

larve

Adelges laricis galls

Picea abies, Frankrijk, Rhône-Alpes, Haute-Savoie, Saint-Gervais-les-Bains © Arnold Grosscurt

Adelges laricis gall

de bleke kleur van de gal is kenmerkend

Adelges laricis opened gall

doorgesneden gal

Adelges laricis: very young gall with aphids on Picea abies

Picea abies, Duitsland, Beieren, Schwangau: heel jonge gal, met luizen (“aardbeigalletje”) © Arnold Grosscurt

gal

De gal is 1-1.5 cm in diameter, roomkleurig, ± bolrond, en voelt was-achtig aan.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Picea abies, alcoquiana, glauca, glehnii, koraiensis, mariana, orientalis, pungens, sitchensis.


op Larix, secundaire waardplant

Adelges laricis: apterae on Larix decidua

Larix decidua, Heerde, lg de Dellen © Hans Jonkman

Adelges laricis: damage on Larix decidua

Larix decidua, Hongarije, Budapest © László Érsek

Adelges laricis: damage on Larix decidua

detail

Adelges laricis: fresh infestation

verse aantasting

Adelges laricis: aphid

luis met eieren

Adelges laricis: female on Larix decidua

close-up

Adelges laricis on Larix decidua: alatoid larvae

twee larve in verschillende stadia, beide kortelings verveld, daarom zonder was.

Adelges laricis on Larix decidua: alatoid larva

larvale alata (vleugelstompje duidelijk te zien).

gal

Op de secundaire waardplant heeft geen galvorming plaats. In het najaar vestigt een larvaal wijfje zich op een jonge scheut. In het voorjaar is zij volwassen en legt en groot aantel eieren. De luizen die daaruit komen leven op de verse naalden en produceren zeer veel witte was en honingdauw. De naalden zijn verkleurd, verdikt en in alle richtingen verbogen. De bladluizen zijn donkergroen tot zwart.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Larix decidua, x eurolepis, gmelinii, kaempferi, laricina, lyallii, sibirica.

synoniemen

Adelges lariceti (Altum, 1889); A. strobilobius (Kaltenbach, 1843), A. coccineus (Ratzeburg, 1843).

opmerkingen

De soort is nauw verwant met, en bijzonder lastig te onderscheiden van, Adelges tardus (Dreyfus, 1888) die niet naar Larix verhuist, en waarvan de gallen niet in juni maar in augustus-october rijp zijn.

literatuur

Albrecht (2017a), Barbagallo, Binazzi, Pennacchio & Pollini (2011a), Béguinot (2002e,g,h, 2007b), Bellido, Ros-Farré & Pujade-Villar (2003a), Börner & Franz (1956a), Buhr (1964b, 1965a), Chinery (2011a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Favret, Havill, Miller ao (2015a), Grosscurt (2017a), Hellrigl (2004a), Houard (1908a), Kollár (2007a, 2011a), Lambinon, Carbonnelle & Claerebout (2015a) Carter (1971a), Castresana & Notario (1992a), Covassi & Binazzi (1981a), Lambinon & Romain (2009a), Lambinon & Schneider (2004a), Lampel (1988a), Lampel & Meier (2003a), Lehmann & Hannover (2016a), Notario, Baragaño & Castresana (1992a), Osiadacz & Wojciechowski (2008a), Rakauskas & Trukšinaitė (2011a), Redfern & Shirley (2011a), Ripka, Reider & Szalay-Marzsó (1998a), Roskam (2009a), Sylvén (1960a), Tomasi (2003a, 2012a, 2014a), Wojciechowski, Depa, Halgoš ao (2016a).

Laatste bewerking 2.iii.2020