Bactericera larva

Bactericera larve © Sébastien Carbonnelle

Bactericera larva

onderzijde

gal

Het aantal Psylloidea dat, meestal monofaag, leeft op wilgen is aanzienlijk. Waarschijnlijk verschilt het aantastingsbeeld van soort tot soort slechts weinig: kleine putjes aan de bladonderzijde, elk met een afgeplatte larve, en bij sterkere aantasting krullingen, vooral van de jongere bladen.

Bij Triozidae-larven heeft de vleugelaanleg aan de voorzijde een lob die reikt tot de voorzijde van de kop; bij Psyllidae ontbreekt deze lob.

De imagines van veel soorten laten zich op warme zomerdagen door luchtstromen meevoeren.
Die brengen ze, soms tientallen kilometers verder, in bergachtige gebieden waar ze dan in coniferen de overwintering inzetten.

eieren

De eieren zijn meestal honingkleurig en liggen niet bedekt. Bijna altijd hebben ze een draadvormig aanhangsel dat in het het weefsel van de waardplant gestoken is. Dit dient niet alleen om het ei te verankeren, maar langs deze weg neemt het ei ook water op. Dat blijkt onder meer hieruit dat wanneer de waardplant onder droogtestress verkeert de eieren te gronde gaan.

Cacopsylla spec.: eggs on Pyrus calleryana

Cacopsylla spec.: eieren op Pyrus calleryana, Hongarije, Budapest © László Érsek

literatuur

Čermák & Lauterer (2008a), Taylor (1992a).

mod 8.iv.2018