Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cacopsylla mali

Cacopsylla mali (Schmidberger, 1836)

appelbladvlo

op Malus

gal

Eieren hyalien tot grijs, solitair afgezet, laat in zomer, op één of tweejarige takken in schorsspleetjes of rond knoppen. Lichaam van larve en imago lichtgroen. Antennen grotendeels groen. Univoltien; overwintering als ei op de waardplant.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Malus domestica, sylvestris.

Incidenteel op Cydonia (Buhr), Pyrus communis (Seljak)

De imagines maken in de zomer een rustpause door (“parapause”); ze zuigen dan niet en kunnen zich op andere planten dan de waardplant bevinden.

synoniemen

Psylla mali.

literatuur

Baugnée (2003c), Baugnée, Burckhardt & Fassotte (2002a), den Bieman, Malenovský, Burckhardt & Heijerman (2019a), Burckhardt & Lauterer (2009a), Buhr (1964b), Burckhardt (1983a, 2002a, 2008a), Burckhardt & Freuler (2000a), Conci, Rapisarda & Tamanini (1992a), Hellrigl (2004a), Hodkinson & White (1979a), Jerinić-Prodanović (2010a), Lambinon & Schneider (2004a), Lauterer (201a), Malenovský, Baňař & Kment (2011a), Malenkovský & Lauterer (2012a), O’Connor & Malumphy (2011a), Ossiannilsson (1992a), Ouvrard (2014), Redfern & Shirley (2011a), Seljak (2006a, 2020a), Serbina, Burckhardt & Borodin (2015a), Tomasi (2014a), White & Hodkinson (1982a).

Laatste bewerking 26.xii.2020