Cacopsylla pulchra (Zetterstedt, 1840)

op Salix

gal

Het aantal Psylloidea dat, meestal monofaag, leeft op wilgen is aanzienlijk. Waarschijnlijk verschilt het aantastingsbeeld van soort tot soort slechts weinig: kleine putjes aan de bladonderzijde, elk met een afgeplatte larve, en bij sterkere aantasting krullingen, vooral van de jongere bladen.

Op wilg treden twee geslachten op, behorend tot verschillende families: Bactericera (Triozidae) en Cacopsylla (Psyllidae). Bij Triozidae-larven heeft de vleugelaanleg aan de voorzijde een lob die reikt tot de voorzijde van de kop; bij Psyllidae ontbreekt deze lob.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix alba, caprea, cinerea, integra, myrsinifolia, pentandra, purpurea, repens, triandra x viminalis, viminalis.

fenologie

Unvoltien; overwintering aks imago, veelal op coniferen, ook wel op andere groenblijvende planten.

synoniemen

Psylla pulchra.

literatuur

Baugnée, Burckhardt & Fassotte (2002a), den Bieman, Malenovský, Burckhardt & Heijerman (2019a), Burckhardt (1983a), Conci, Rapisarda & Tamanini (1992a), Hellrigl (2004a), Hodkinson & White (1979a), Jerinić-Prodanović (2010a), Lauterer (1976a), Lauterer & Dorow (2010a), Malenkovský & Lauterer (2012a), O’Connor & Malumphy (2011a), Ossiannilsson (1992a), Ouvrard, Burckhardt & Cocquempot (2015a), Seljak (2006a), White & Hodkinson (1982a).

mod 13.xii.2019