Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Bactericera nigricornis

Bactericera nigricornis (Förster, 1848)

polyfaag op kruiden

parasiet

Larven ± 2 mm ovaal, sterk afgeplat, omgeven door een glanzende “stralenkrans” van wasdraden, aan de onderzijde van het blad, soms in een ondiep kuiltje. Verscheidene generaties; overwintering als volwassen insect in coniferen.

waardplanten

Barbarea vulgaris; Beta vulgaris; Brassica oleracea, rapa; Capsella bursa-pastoris; Capsicum annuum; Chenopodium album; Cichorium intybus; Cirsium arvense, vulgare; Convolvulus arvensis; Datura stramonium; Daucus carota; Erysimum cheiranthoides; Leontodon; Persicaria maculosa; Petroselinum crispum; Raphanus raphanistrum, sativus; Senecio vulgaris; Solanum nigrum, tuberosum; Taraxacum; Thlaspi arvense; Xanthium orientale subsp. italicum.

larve

Zie Burckhardt & Freuler.

synoniemen

Trioza nigricornis.

literatuur

den Bieman, Malenovský, Burckhardt & Heijerman (2019a), Burckhardt (1983a, 2002a), Burckhardt & Freuler (2000a), Conci, Rapisarda & Tamanini (1996a), Hellrigl (2004a), Jerinić-Prodanović (2010a), Lauterer (1976a), Malenkovský & Lauterer (2012a), Ossiannilsson (1972am 1992a), Seljak (2006a, 2020a), Spodek, Burckhardt & Freidberg (2017a).

Laatste bewerking 24.v.2020