Trioza anthrisci Burckhardt, 1986

op Apiaceae

gal

Larven aan de onderzijde van de bladeren; ze zijn dorsoventraal sterk afgeplat, vrijwel cirkelrond, en over de hele omtrek omzoomd met een krans lange wasdraden. Of er vergalling optreedt is niet duidelijk. Univoltien, overwintering als imago op coniferen.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Angelica sylvestris; Anthriscus sylvestris; Daucus carota; Heracleum sphondylium; Pastinaca sativa; Peucedanum ostruthium.

larve

Zie Burckhardt & Freuler.

synoniemen

Trioza pallida Haupt, 1935

literatuur

Burckhardt (1983a, 1986a, 2002a), Burckhardt & Freuler (2000a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Lauterer (1976a), Lauterer & Dorow (2010a), Malenkovsk√Ĺ & Lauterer (2012a), Ossiannilsson (1992a), Ouvrard, Burckhardt & Cocquempot (2015a), Seljak (2006a).

mod 21.iv.2018