Blasticotoma filiceti Klug, 1834

mijn

De mijn, in feite een larvekamer, bestaat uit een gangetje van nog geen 2 cm in de bladsteel, dus nauwelijks langer dan de larve zelf, meestal op een decimeter boven de grond. De mijn heeft een opening op hoogte van het achtereind van de larve en een tweede veel kleinere opening op hoogte van de kop. Soms bevinden zich enkele larven in dezelfde bladsteel. Ter hoogte van de larve is de bladsteel over enkele cm bruinzwart verkleurd. De larve niet zozeer van plantenweefsel als wel van sap dat de mijn binnenstroomt. De larve produceert een klont schuim, gelijkend aan dat van een spuugbeestje, maar taaier, beter resistent tegen verdroging. Meestal worden er rondom de mijn mieren aangetroffen, aangetrokken door dit suiker-rijke schuim. De mijn is het gemakkelijkst te vinden door te zoeken naar een combinatie van zwarte verkleuring van de bladsteel + een paar verdorde bladslippen daar in de buurt + mieren.

waardplanten

Filicales, oligofaag

Athyrium distentifolium, filix-femina; Dryopteris.

Ook wel andere varens worden soms genoemd (Polystichum; Onoclea struthiopteris; Pteridium aquilinum), maar wijfjesvaren is zeker de belangrijkste waardplant.

fenologie

Volgroeide larven in eind juli-begin augustus

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

NE waargenomen (de Meijere, 1911a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Van Zweden en Finland tot de Pyreneeën, en van Ierland tot de Ukraïne (Bowdrey, 2008a; Fauna Europaea, 2008).

larve

Groenwit met bruinige kop (de Meijere, 1911).

opmerkingen

Net zoals bij de “mijnen” van Cystophora-soorten kan hier met bijna evenveel recht van een gal worden gesproken.

literatuur

Birjukova & Novgorodova (2008a), Blank ao (1998a), Bowdrey (2008a), Buhr (1964a), Haris (2012a), Hering (1957a), Knight & Howe (2006a), Liston (2007a), de Meijere (1911a), Mol (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2006a), Redfern & Shirley (2011a), Robbins (1991a), Shcherbakov (2006a, 2008a), Taeger, Blank & Liston (2006a), Mol (2017a), Taeger ao (1998a), Tomasi (2014a).

mod 29.iii.2020